Beweging Palmairflexie art. radiocarpea Polsgewricht
Plantairflexie van het polsgewricht (ook wel palmairflexie genoemd) is het naar voren en omlaag buigen van de hand ten opzichte van de onderarm, waarbij de handpalm in de richting van de onderarm beweegt. Deze beweging vindt primair plaats in het articulatio radiocarpalis (polsgewricht), dat bestaat uit het spaakbeen (radius) en de proximale rij handwortelbeentjes.
Tijdens plantairflexie verkleint de hoek tussen hand en onderarm, en beweegt de handrug van de dorsale naar de volaire zijde. De normale bewegingsuitslag bedraagt gemiddeld 70–90°, afhankelijk van soepelheid, spieractiviteit en fasciale spanning.
Functionele voorbeelden van plantairflexie:
-
Je hand naar beneden bewegen om een voorwerp los te laten.
-
Leunen op je hand tijdens opdrukken of yoga.
-
Typen of muisgebruik met gebogen polsen.
-
Een bal stuiten of een racket vasthouden in tennis.
Plantairflexie is essentieel voor grijpen, dragen, duwen en de juiste positionering van de hand in veel dagelijkse en sportieve activiteiten. Een goede balans tussen flexibiliteit en kracht in de betrokken spieren voorkomt overbelasting, zoals bij carpaal tunnel syndroom of RSI.
| Beweging: | Buigen van de hand naar beneden |
| Vlak: | Sagittaal |
| As: | Transversaal |
Betrokken spieren
- m. flexor carpi radialis
- m. flexor carpi ulnaris
- m. palmaris longus

Synergist
Antagonist
Compenserende spier
