Beweging Laterale kanteling Pelvis – bekken

Laterale kanteling van het bekken is het omhoogbrengen van één bekkenhelft (crista iliaca) in craniale richting, terwijl de contralaterale zijde daalt. De beweging gebeurt in het frontale lumbopelvische vlak en verloopt via een subtiele schuif- en draaibeweging tussen bekken, sacrum en lumbale wervelkolom. Ze is doorgaans klein van amplitude, maar cruciaal voor een evenwichtige gang en maakt deel uit van veel complexe bewegingen van romp en onderste extremiteit.

Laterale bekkenkanteling fungeert als finetuner van het zwaartepunt, stabiliseert het bekken bij unilaterale belasting en optimaliseert de lengte-spanningsverhouding van heup- en rompspieren tijdens locomotie en gewichtsverplaatsing.

  • Wandelen of hardlopen: heup “hiken” om het zwaaibeen vrij te laten pendelen.

  • Traplopen of een stoeprand op stappen met één been.

  • Een koffer dragen in één hand; de tegenoverliggende bekkenhelft tilt om balans te houden.

  • Op één been staan om veters te strikken of een schoen aan te trekken.

  • Een zijwaartse voetbaltrap of karateschop uitvoeren waarbij de heup wordt gelift voor extra bereik.

Beweging:EΩén zijde van het bekken zakt, terwijl andere zijde stijgt
Vlak:Frontaal
As:Sagittaal

Betrokken spieren

  • m. quadratus lumborum
  • m. erector spinae lumborum
  • m. gluteus medius en minimus (contralateraal, standbeen)

Synergist

Antagonist

Compenserende spier