Beweging Abductie art. glenohumerale
Abductie van de art. humeri (schoudergewricht) is het zijwaarts heffen van de arm vanuit de neutrale positie, weg van het lichaam in het frontale vlak. Deze beweging vindt primair plaats in het glenohumerale gewricht, waarbij de humeruskop onder gecontroleerde rol-glijbeweging roteert in de cavitas glenoidalis van de scapula.
De eerste 0–15° van de beweging wordt vooral uitgevoerd door de M. supraspinatus. Tussen 15° en 90° neemt de M. deltoideus (pars acromialis) de abductie geleidelijk over, met voortdurende ondersteuning van de rotator cuff voor stabilisatie. Vanaf ongeveer 90° is een gecoördineerde rotatie van de scapula noodzakelijk — de scapulothoracale ritmiek — waarbij onder meer de M. trapezius en M. serratus anterior actief bijdragen.
Abductie is functioneel van belang bij handelingen waarbij de arm opzij of boven schouderhoogte moet worden gebracht:
-
Een voorwerp van een hoge plank pakken.
-
Kleding aantrekken via de zijkant of over de schouder.
-
Armheffing in sportbewegingen zoals een service of smash.
-
Zwaaibewegingen met de arm in laterale richting.
| Beweging: | Arm van het lichaam af bewegen in zijwaartse richting |
| Vlak: | Frontaal |
| As: | Sagittaal |
Betrokken spieren
Abductie van de spieren wordt door een aantal spieren uitgevoerd. In eerst instantie wordt de kleine spier Supraspinatus ingezet. Daarna de kracht van de Deltoideus.
Aangezien de beperking van abductie in het schoudergewricht tot 70o is zal daarna het schouderblad gaan meehelpen met de beweging laterorotatie.
0-15 graden
- m biceps brachii ( caput longum)
- m supraspinatus
- m biceps brachii (caput longum)
- m deltoideus (pars clavicula’s)
- m biceps brachii ( caput longum)
- m trapezius (pars descendent)
- m serratus anterior

Synergist
Antagonist
Compenserende spier
