| mm. intercostales externi |

| Nederlandse naam: | Externe tussenribspieren |
| Insertie: |
|
| Origo: |
|
| TA98: | TA2: | FMA: |
Adem in beweging
Tussen elke rib ligt een netwerk van fijne, maar krachtige spieren: de mm. intercostales externi. Deze buitenste tussenribspieren trekken de ribben omhoog bij inademing en maken zo ruimte voor je longen. Ze vormen de schakel tussen rompstabiliteit en ademcapaciteit, en zijn actief bij elke bewuste ademhaling, maar ook bij inspanning, houding en coördinatie.
Ademspieren met structuur en richting
De intercostales externi werken in een schuine vezelrichting – van achter-onder naar voor-boven – en brengen zo expansie in de borstkas. Bij een goed functionerende ademhaling bewegen ze soepel mee. Maar bij spanning, oppervlakkige ademhaling of verstoorde rompdynamiek raken ze snel verkort of overactief. Bewust trainen betekent dan: ruimte terugbrengen in adem, ritme en ribmobiliteit.
Activeer, verleng en verbind
Geef de intercostales aandacht met ademhalingsoefeningen, rotatie en lateroflexie. Laat je ribben meebewegen met elke ademhaling, en voel hoe je borstkas opent en je middenrif meer ruimte krijgt. Wie deze spieren leert aansturen, ervaart directe impact: op ademvolume, rompstabiliteit en lichaamsbewustzijn. Geen kleine schakels – maar essentiële bouwstenen van adem in beweging.
De mm. intercostales externi vormen de meest oppervlakkige laag van de tussenribspieren en bestaan uit elf paar platte spieren die de tussenribruimten van de thorax vullen. Elke spier ontspringt aan de scherpe onderrand van een rib en verloopt schuin naar voren en beneden om aan te hechten aan de bovenrand van de eerstvolgende rib eronder. Posterieur reiken de vezels tot bij de ribtuberkels en anterieur gaan ze ter hoogte van de costochondrale overgang over in een dunne membrana intercostalis externa. In de onderste thoracale segmenten lopen de vezels door in de buikspier m. obliquus externus abdominis.
De mm. intercostales externi zijn dun maar vormen samen met de interne en innermost intercostales een belangrijk deel van de thoracale wand. Door hun hellende vezelrichting (als een hand in een broekzak) brengen zij tijdens inspiratie de ribben omhoog en houden zij de intercostale ruimten stabiel. Hierdoor vergroten zij de dwarse en anteroposterieure diameter van de thorax en ondersteunen zij de borstkas bij bewegingen en krachtsinspanningen.
Spierstructuur
De intercostales externi zijn dunne, platte spieren die in 11 paren de tussenribruimten vullen. De vezels lopen van lateraal naar inferomediaal (vanachter naar voren) en zijn aan de voorzijde vervangen door de membrana intercostalis externa.
De spieren bestaan overwegend uit type I- en type IIa-vezels om de langdurige, ritmische ademhalingsactiviteit te ondersteunen, met enkele snellere type IIb-vezels voor krachtigere ademhaling of persen.
In het onderste thoracale gebied lopen de vezels over in de uitwendige schuine buikspier en vormen een continue spierketen met deze spier.
Innervatie
- n. intercostales (ventrale rami van thoracale spinale zenuwen T1–T11)
Dagelijks gebruik
- Ademhaling in rust en bij inspanning: bij elke inademing tillen de mm. intercostales externi de ribben, zowel tijdens lopen, hardlopen als bij traplopen.
- Ondersteuning van krachtige ademhalingsmanoeuvres zoals gapen, zuchten, zingen, blazen op een instrument, roepen en fluisteren.
- Stabilisatie van de borstkas tijdens armbewegingen en het dragen of tillen van voorwerpen, door te voorkomen dat de ribben inzakken.
- Onderdeel van de buikdrukverhoging (Valsalva) bij persen tijdens ontlasting, urineren, bevallen, hoesten en niezen.
Functie
- Elevatie van de ribben tijdens geforceerde en rustige inademing: de spieren trekken de ribben van onder naar boven en vergroten zo de thoracale diameter in de anteroposterieure en transversale richting, waardoor de longen kunnen uitzetten.
- Behouden van de intercostale ruimte: ze stabiliseren de borstwand en voorkomen inzinking of uitstulpen van de ribben tijdens ademhaling, hoesten en inspanning.
- Synergetische ondersteuning van het middenrif bij inspiratie en bijdrage aan het vergroten van de thoracale volume, met name tijdens diepe ademteugen of intensieve activiteiten.
Landmarks
- Intercostale ruimtes langs de laterale thoraxwand, net onder de ribben (margo inferior) tussen rib 1 t/m 11.
- Voorzijde van de borstwand ter hoogte van de costochondrale overgangen en zijwand ter hoogte van de midaxillaire lijn.
- Onderranden van de ribben net lateraal van het sternum en onder de m. pectoralis major.
Uitgangspositie
- De patiënt bevindt zich in zithouding of in lichte ruglig met ontspannen schouders.
- Voor palpatie langs de zijwand kan de arm licht geheven worden zodat de laterale thoraxwand vrij komt.
- De ademhaling verloopt rustig alvorens een diepe inademing wordt gevraagd.
Palperen in beweging
- Plaats de vingertoppen of vlakke hand in de intercostale ruimte net onder de rib.
- Druk zachtjes richting de diepe weefsels tot u tussen de ribben bent.
- Vraag de patiënt vervolgens langzaam en diep in te ademen; u voelt de spanning toenemen wanneer de mm. intercostales externi de ribben liften.
- Glijd met de vingers inferomediaal (van lateraal naar voor/beneden) om de vezelrichting te volgen.
- Vermijd harde druk en wees voorzichtig bij gevoelige gebieden.
Palperen in rust
Instructie
Observatie
Interpretatie
Instructie
Observatie
Interpretatie
-
Negatief:Soepele eindstand rotatie + lateroflexie
-
Verkorting SCM:stug, vroegtijdig eindpunt
-
Compensatie via thorax of schouders:ademhalingshulp / ketenspanning
Instructie
Observatie
Interpretatie
-
Negatief:Sterke, gecontroleerde kracht zonder ongemak
-
Zwakte of asymmetrie:unilaterale disfunctie
-
Pijn / uitstralingsklachten:triggerpoint of overbelasting
-
Tremor of visuele compensatie:controleprobleem
- Spanning of overbelasting van de externe tussenribspieren kan leiden tot lokale pijn en stijfheid tussen de ribben en een beperkte diepe ademhaling.
- Verrekkingen ontstaan vaak door zware fysieke inspanning, intensief hoesten of niezen, overmatig tillen of plotselinge rotatie van de romp.
- Door hun rol in het elevaten van de ribben ervaren patiënten pijn bij diepe inademing, hoesten en lachen.
- Langdurige hypertonie of spasm van de intercostales kan bijdragen aan costale disfunctie, thoracale hypermobiliteit of beperkte ribbeweging.
- Zenuwirritatie (intercostale neuralgie) kan uitstralende pijn geven in de thoraxwand.
- Naarmate de spieren verzwakken door inactiviteit neemt de effectiviteit van de inspiratie af en compenseren accessoire ademhalingsspieren, wat leidt tot schouder/nekklachten.
Klachten
Symptomen
-
Intercostale verrekking of overbelastingAcuut schietende pijn tussen de ribben na een plotselinge beweging, hoestbui of inspanning; pijn neemt toe bij diepe inademing, hoesten, lachen of roteren; drukgevoeligheid en mogelijke zwelling; ademhaling wordt oppervlakkiger.
-
Zwakte of hypotonie van de mm. intercostales externiVerminderde thoraxexcursie en snelle vermoeidheid tijdens activiteit; oppervlakkige ademhaling met gebruik van accessoire ademhalingsspieren; nek- en schouderpijn door overbelasting van scaleni en SCM; instabiele houding en hypermobiliteit van ribben.
Verergerend
Verlichtend
Observaties
