Nederlandse naam:Bovenste achterste gezaagde spier
Insertie:
  • Bovenzijde/buitenoppervlak van rib 2–5 (lateraal van de ribhoek)
Origo:
  • Ligamentum nuchae (onderste deel); processus spinosi C7–T3;
  • ligamentum supraspinale

ademprikkel van bovenaf
De serratus posterior superior ligt diep onder de schouderbladregio en hecht van de bovenste borstwervels aan de bovenste ribben. Zijn primaire taak: het optillen van de ribben bij geforceerde of snelle inademing. Daarmee ondersteunt hij de ademhaling, vooral in situaties waarin snelheid, spanning of ademnood een rol spelen. Geen hoofdrolspeler, maar een cruciale assistent in het ademmechanisme.

Tussen spanning, adem en schoudergordel
Deze spier is gevoelig voor overbelasting bij hoge ademhaling, stress of beperkte bovenrugmobiliteit. Verhoogde spierspanning in de nek en schouders? De serratus posterior superior doet waarschijnlijk mee. Als hij langdurig actief blijft, verliest de bovenrug mobiliteit en raakt de ademhaling beperkt tot het bovenste deel van de borstkas. De oplossing ligt niet in ontspanning alleen, maar in herverdeling van ademprikkels en mobiliteit in de thoracale regio.

Activeer in relatie tot ruimte
Train de serratus posterior superior via ademhaling naar de bovenrug, scapulamobiliteit en thoracale extensie. Laat de beweging ontstaan vanuit ruimte, niet vanuit kracht. Door deze spier functioneel te integreren in ademhaling en bovenrugbeweging, breng je balans terug in spanning, richting in de ademhaling en mobiliteit in de borstkas. Een kleine spier, met grote invloed op ritme en rust.

Dunne, rechthoekige spier gelegen diep onder de mm. rhomboidei in de bovenrug; behoort tot de intermediate rugspieren. Vezels lopen inferolateraal van de wervelkolom naar de ribben.

Spierstructuur

Dun, rechthoekig; vezels lopen inferolateraal.

De serratus posterior superior is een spier die meer sensorisch dan motorisch werkt. Door zijn bouw, innervatie en beperkte EMG-activiteit speelt hij waarschijnlijk een sleutelrol in:

  • Posturele feedback

  • Thoracale coördinatie

  • Ademhalingsbewustzijn

Innervatie

  • Rami anteriores (nn. intercostales) T2–T5

Dagelijks gebruik

  • Houdings-/thoraxstabilisatie bovenste thorax;
  • kleine bijdrage bij geforceerde inspiratie of hoesten.

Functie

Traditioneel: elevatie rib 2–5 (accessoire inspiratie).

Hoewel hij structureel lijkt op een respiratoire spier, functioneert hij eerder als sensorisch controlecentrum in de bovenrug. Dit maakt de spier bijzonder relevant in houdingsanalyses, ademtherapie en myofasciale behandelingen.

Landmarks

C7–T3; angulus costae rib 2–5; onder rhomboidei (mediaal van de angulus scapulae).

Uitgangspositie

Zit of buiklig; schoudergordel ontspannen; rustige diepe ademhaling.

Palperen in beweging

Zachte druk schuin inferolateraal richting rib 2–5; vraag om langzame inademing om spanning te voelen.

Palperen in rust

Geen bewegingen gevonden voor deze spier.

Instructie

Observatie

Interpretatie

    Instructie

    Observatie

    Interpretatie

    • Negatief:
      Soepele eindstand rotatie + lateroflexie
    • Verkorting SCM:
      stug, vroegtijdig eindpunt
    • Compensatie via thorax of schouders:
      ademhalingshulp / ketenspanning

    Instructie

    Observatie

    Interpretatie

    • Negatief:
      Sterke, gecontroleerde kracht zonder ongemak
    • Zwakte of asymmetrie:
      unilaterale disfunctie
    • Pijn / uitstralingsklachten:
      triggerpoint of overbelasting
    • Tremor of visuele compensatie:
      controleprobleem

    Lokale gevoeligheid bovenste thoracale regio; mogelijk myofasciale pijn richting mediale scapularand; klachten bij veel hoesten of zware ademarbeid.

    Klachten

    Symptomen

    • Pijn tussen schouderbladen bij diepe inademing/hoesten
      Drukpijn onder rhomboidei; gevoelige band rib 2–5
    • Stijf gevoel bovenste rug bij langdurig zitten
      Lokale hypertonie; lichte beperking rotatie en ademexcursie

    Verergerend

    Verlichtend

    Observaties