| m. serratus posterior inferior |

| Nederlandse naam: | Achterste onderste gezaagde spier |
| Insertie: | Laterale randen van de 9e tot de 12 rib |
| Origo: | Processus spinosi van T11-L2 en fascia thoracolumbalis |
| TA98: | TA2: | FMA: |
ademhaling met richting
De serratus posterior inferior is een dunne, waaiervormige spier die loopt van de onderste borstwervels naar de onderste ribben. Zijn ligging is bescheiden – diep onder de latissimus dorsi – maar zijn functie is essentieel: hij helpt bij het omlaag trekken van de ribben tijdens geforceerde uitademing en ondersteunt daarmee de ademdruk en rompspanning in dynamische situaties.
Koppeling tussen adem, rug en coördinatie
Deze spier werkt nauw samen met de diepe ademhalingsspieren en de rompmusculatuur. Bij een verstoord adempatroon, overmatige spierspanning of beperkte mobiliteit in de thoracolumbale overgang kan hij verkorten of overbelast raken. Dat uit zich in stijfheid laag in de rug, verminderde ademruimte of coördinatieverlies tussen adem en beweging. Bewuste activatie helpt om de ademhaling naar de flanken en onderrug terug te brengen.
Adem als ingang voor activatie
Train de serratus posterior inferior via ademhaling in buiklig, ribmobiliteit en gecontroleerde extensiebewegingen. Activeer hem subtiel – in het verlengen, niet in het aanspannen. Wie deze spier meeneemt in ademtraining en rompcoördinatie, ervaart direct meer ruimte, richting en rust in de onderrug en romp. Geen zichtbare spier, maar een voelbare schakel in functionele ademhaling.
Spierstructuur
Dunne platte spier met gezaagde (settated) parallelle vezelstructuur
Overwegend type I vezels, gericht op ademhalingscontrole en stabilisatie
Innervatie
N. Intercostales ( T9-T12)
Dagelijks gebruik
- Expiratie tijdens spreken en roepen
- Houding tijdens langdurig zitten
- Ondersteuning bij zware inspanning, zoals hoesten of persen
- Krachttraining (bijv deadlifts)
- Duursporten ( bijv Hardlopen of roeien)
- Zwemmen ( bijv Borstcrawl of vlinderslag)
Functie
- Assisteert bij expiratie door de onderste ribben naar beneden en naar achter te trekken
- Stabiliseert de thorax tijdens ademhaling en rompbewegingen
- Helpt bij thoraxstabilisatie, vooral tijdens diepe ademhaling en bewegingen van de romp
- Werkt als proprioceptieve spier, wat betekent dat hij sensorische informatie geeft over thoracale positie
- Synergist van de buikspieren bij geforceerde uitademing
- Werkt samen met de fascia thoracolumbalis en de diepe rugspieren bij stabilisatie
Landmarks
- Processus spinosus T12
- 12e rib (zwevende rib)
- Laterale rand erector spinae
Uitgangspositie
- Cliënt buiklig, armen ontspannen langs het lichaam.
- Dun kussen onder de buik om de onderrug te vlakken.
Palperen in beweging
-
Lokaliseer T12 en glijd ±2 cm lateraal tot je rib 12 voelt.
-
Zet vingertoppen 1-2 cm boven rib 12, net buiten de erector spinae.
-
Vraag de cliënt diep in te ademen en daarna krachtig uit te blazen of te hoesten.
-
Onder je vingers voel je korte, schuine vezels die even aanspannen: dat is de serratus posterior inferior.
-
Latissimus dorsi spant bij arm-extensie; serratus alleen bij geforceerde uitademing.
-
Erector spinae ligt mediaal en blijft continu stevig tijdens de ademtest.
- Druk zacht; mijd hard duwen op de zwevende ribben om kneuzing te voorkomen.
Palperen in rust
Instructie
Observatie
Interpretatie
Instructie
Observatie
Interpretatie
-
Negatief:Soepele eindstand rotatie + lateroflexie
-
Verkorting SCM:stug, vroegtijdig eindpunt
-
Compensatie via thorax of schouders:ademhalingshulp / ketenspanning
Instructie
Observatie
Interpretatie
-
Negatief:Sterke, gecontroleerde kracht zonder ongemak
-
Zwakte of asymmetrie:unilaterale disfunctie
-
Pijn / uitstralingsklachten:triggerpoint of overbelasting
-
Tremor of visuele compensatie:controleprobleem
- Verhoogde kans op schouder- en rugklachten door disbalans in de schoudergordel en romp
- Belemmering van sportprestaties bij trekbewegingen en overheadactiviteiten
- Compensatiepatronen in omliggende spieren, wat kan leiden tot secundair pijnklachten
Klachten
Symptomen
Verergerend
Verlichtend
Observaties
