| m. iliocostalis thoracis |

| Nederlandse naam: | Borst-ribbenspier |
| Insertie: |
|
| Origo: |
|
| TA98: | TA2: | FMA: |
Verlenger en beschermer van de romp
De iliocostalis thoracis maakt deel uit van de erector spinae en loopt van de onderste ribben naar de bovenste ribben. Zijn functie is het strekken en stabiliseren van de wervelkolom in de borstwervelregio. Daarnaast ondersteunt hij zijwaartse buiging en helpt hij bij het in balans houden van de romp tijdens dynamische bewegingen.
Samenwerking in de keten
Deze spier werkt nauw samen met de iliocostalis lumborum en cervicis en zorgt voor een vloeiende overdracht van kracht langs de wervelkolom. Bij een goed functionerende thoracis ontstaat lengte en stabiliteit in de romp, maar bij spanning of disbalans leidt dit deel vaak tot stijfheid in de thoracale wervelkolom en verminderde beweeglijkheid van de ribbenkast.
Beweging en ademruimte
Training van de iliocostalis thoracis richt zich op verlenging, extensie en gecontroleerde zijwaartse bewegingen. Door hem in samenhang met ademhaling en scapulacontrole te activeren, ontstaat een open, stabiele en toch flexibele borstkas.
De m. iliocostalis thoracis vormt het middelste deel van de iliocostalis en maakt deel uit van de erector spinae. Deze smalle, langgerekte spier ligt lateraal van de wervelkolom onder de thoracolumbale fascia. Hij ontspringt aan de ribhoeken van de onderste zes ribben (7‑12) en verloopt craniaal naar de ribhoeken van de bovenste zes ribben (1‑6) en de processus transversus van de zevende halswervel. De spier wordt geïnnerveerd door laterale takken van de dorsale thoracale ruggenmergzenuwen. Door bilaterale contractie strekt hij de thoracale wervelkolom; unilateraal zorgt hij voor laterale flexie. De m. iliocostalis thoracis draagt bij aan een stabiele houding van romp en ribbenkast, ondersteunt de ademhaling en werkt samen met de andere delen van de erector spinae om de wervelkolom te stabiliseren en te bewegen.
Spierstructuur
De m. iliocostalis thoracis is een smalle, langgerekte spierstrook met een dikte van gemiddeld 5 tot 8 millimeter. Zijn vezels lopen schuin omhoog en naar buiten en verbinden zo de ribben met elkaar, waardoor hij zowel lengte als stabiliteit aan de romp geeft.
De m. iliocostalis thoracis is een smalle, peesbladige spier die de laterale bundel van de erector spinae vormt. De spier bestaat uit parallelle spiervezels die als individuele slips van rib naar rib lopen. Proximaal gaat de spier over in een platte aponeurose; craniaal waaieren de vezels uit naar de ribben en de processus transversus van C7.
De vezels zijn vooral type I (posturale) vezels die zorgen voor langdurige houdingsondersteuning, aangevuld met type II-vezels voor dynamische extensie en lateroflexie.
Innervatie
- laterale takken van de dorsale rami van de thoracale ruggenmergzenuwen (vooral T1‑T12).
- Elk segment wordt bezenuwd door het overeenkomstige spinale niveau.
Dagelijks gebruik
- Rechtop zitten of staan met een stabiele borstkas.
- De rug strekken wanneer u opstaat of iets boven uw hoofd reikt.
- De romp zijwaarts buigen om een object opzij te pakken.
- Stabiliseren van de wervelkolom bij het dragen of tillen van boodschappen en andere lasten.
- Ondersteunen van sportbewegingen zoals zwemmen, gewichtheffen en gymnastiek waarbij de romp wordt gestrekt of zijwaarts gebogen.
- Bijdragen aan geforceerde expiratie tijdens hoesten, zingen of blazen.
Functie
- Bilaterale contractie: strekt en hyperstrekt de thoracale wervelkolom.
- Unilaterale contractie: lateroflexie van de romp naar dezelfde zijde.
- Werkt samen met andere extensoren bij lichte rotatie van de romp.
- Stabiliseert de thoracale en lumbale wervelkolom tijdens houding en beweging.
- Kan bijdragen aan geforceerde expiratie door de ribben naar beneden te trekken.
Landmarks
- Oriënteer je op de ribhoeken van ribben 6‑12, de laterale rand van de thoracolumbale fascia en de mediale rand van de scapula.
- Palpeer net lateraal van de processus spinosi waar de erector spinae naar de ribben loopt.
Uitgangspositie
- Patiënt ligt in buiklig op een stevige behandelbank met het hoofd in neutrale positie en armen langs het lichaam.
- De rug is ontspannen.
- Voor laterale palpatie kan de patiënt ook in zijlig met licht gekruiste armen zitten, waarbij de therapeut aan de te onderzoeken zijde staat.
Palperen in beweging
- Leg je vingertoppen net lateraal van de processus spinosi op de ribhoeken.
- Rol de huid en fascia naar lateraal om de spierbuik onder je vingers te voelen.
- Vraag de patiënt om de romp licht te strekken of zijwaarts te buigen naar de te palperen zijde zodat de iliocostalis thoracis aanspant.
- Volg de spier vervolgens langs de ribhoeken om de verschillende slips te onderscheiden.
Palperen in rust
Instructie
Observatie
Interpretatie
Instructie
Observatie
Interpretatie
-
Negatief:Soepele eindstand rotatie + lateroflexie
-
Verkorting SCM:stug, vroegtijdig eindpunt
-
Compensatie via thorax of schouders:ademhalingshulp / ketenspanning
Instructie
Observatie
Interpretatie
-
Negatief:Sterke, gecontroleerde kracht zonder ongemak
-
Zwakte of asymmetrie:unilaterale disfunctie
-
Pijn / uitstralingsklachten:triggerpoint of overbelasting
-
Tremor of visuele compensatie:controleprobleem
- Overbelasting of irritatie van de m. iliocostalis thoracis kan leiden tot lokale pijn in de thoracale rug of langs de ribboog.
- Triggerpoints kunnen uitstralende pijn geven naar de schouderbladen, borst en flank.
- Een unilaterale contractuur kan een zijwaartse deviatie of scoliose veroorzaken, terwijl bilaterale verkorting bijdraagt aan thoracale hyperkyfose.
- Zwakte vermindert extensie en lateroflexie van de romp waardoor andere extensoren en quadratus lumborum het werk overnemen, met lage rugpijn en posturale disbalans als gevolg.
- Overmatige spierspanning kan eveneens ademhalingsklachten geven vanwege verminderde ribmobiliteit.
Klachten
Symptomen
-
Thoracale hyperkyfose door contractuur/overactiviteitVergrote kyfotische houding, beperkte rompstrekking en lateroflexie, constante thoracale rugpijn en stijfheid, verminderde ribmobiliteit met ademhalingsbeperking
-
Myofasciale pijnsyndroom / triggerpointsLokale brandende pijn tussen schouderblad en ribben, uitstralende pijn naar flank of borst, drukgevoeligheid en stijfheid; bewegingsbeperking bij lateroflexie en diepe ademhaling
Verergerend
Verlichtend
Observaties
